januari 2017

In vijf jaar 13% minder blootgestelden

Afgelopen jaren is de lucht schoner geworden. Nederland voldoet voor een groot deel aan de Europese normen voor fijn stof en voor stikstofdioxide. 
Het halen van de normen is echter maar een kant van het verhaal rondom luchtkwaliteit. Belangrijk is ook wat de effecten van de luchtkwaliteit zijn op de gezondheid. Voor fijnstof is er geen drempelwaarde waaronder geen gezondheidsschade wordt aangericht. Het is daarom belangrijk ook naar de blootstelling te kijken, ook al blijft de emissie onder de EU-normen.

Enkele feiten over luchtkwaliteit:
  • De luchtkwaliteit is sterk verbeterd. Tussen 2011 en 2015 daalde de emissie zowel in de stad als daarbuiten gemiddeld met 13 procentpunten. Gemeenten in het noorden van het land kennen de schoonste lucht. Lees meer in Schoonste lucht in het Noorden

*Gemiddeld over alle gemeenten, niet gewogen naar inwonertal; bron RIVM, bewerking CROW

  • Nederland blijkt niet overal de Europese normen voor fijn stofconcentratie (PM10 en PM2.5) te halen. Ook zijn er nog enkele knelpunten met NO2. En wist u dat de WHO concentraties adviseert die 2,5 maal lager liggen dan de Europese norm?  Lees meer in Ligt Nederland op schema? en voor meer informatie over Wetten en normen
  • Voor de concentratie ultrafijnstof (PM0,1). bestaan geen expliciete normen. Deze deeltjes zijn veel schadelijker. De voertuignormen voor fijnstof richtten zich niet op ultrafijn stof. Er zijn echter ook deeltjesaantal-eisen ingevoerd in de regelgeving voor voertuigen, waardoor de emissie van ultrafijne deeltjes van nieuwe voertuigen effectief verminderd wordt. Lees meer in Schoonste lucht in het Noorden
  • Wegverkeer veroorzaakt in steden gemiddeld 30% van de NO2 concentratie in de lucht. In grote steden kan dit aandeel oplopen tot wel 50%. Lees meer in Aandeel autoverkeer
  • Hoeveel is de gemiddelde blootstelling in uw gemeente? kijk in Cijfers per gemeente
  • Gemeenten kunnen maatregelen nemen voor minder uitstoot. Lees meer in Lokale maatregelen


Schoonste lucht in 't Noorden

Stikstofdioxide en fijn stof zijn de belangrijkste luchtvervuilende stoffen, die schadelijk zijn voor de volksgezondheid. In het algemeen leidt luchtverontreiniging tot luchtwegklachten, zoals een verminderde longfunctie, chronische bronchitis en astma.


Het RIVM berekent voor alle adressen de luchtkwaliteit. Deze wordt gerelateerd aan het aantal inwoners per adres. Per gemeente wordt vervolgens de gemiddelde concentratie berekend waaraan de bewoners blootgesteld worden: de bevolkingsgewogen-concentratie. Naast de emissie van het wegverkeer gaat het om de emissie van prioritaire veehouderijlocaties voor fijn stof in de provincies Limburg, Noord-Brabant, Utrecht, Gelderland en Overijssel. De blootstellingsberekeningen voor verkeersbronnen en veehouderijbronnen zijn vervolgens gecombineerd in de betreffende provincies.

De figuur hierboven geeft het gemiddelde per stedelijkheidsgraad weer voor de berekeningsjaren en de prognose voor 2020. Hierbij zijn NO2 en PM10  opgeteld. Deze figuur laat zien dat de blootstelling in de grote steden hoger is dan in minder of niet stedelijke gemeenten, maar dat het verschil snel kleiner wordt. In 2015 verbeterde de luchtkwaliteit vooral in stedelijke gemeenten aanzienlijk. Gemiddeld daalde de emissie met ruim 13 procentpunten tussen 2011 en 2015.

Gemiddelde blootstelling NO2 +  PM10 in ug/m3
Stedelijkheid
2011
2012
2013
2014
2015
prognose 2020
Zeer sterk stedelijk
57,7
51,3
47,3
47,3
43,4
41,5
Sterk stedelijk
50,8
45,4
42,7
42,4
34,2
35,5
Matig stedelijk
47,7
42,3
39,9
39,7
32,1
34,9
Weinig stedelijk
45,8
40,7
38,8
38,2
33,4
35,4
Niet stedelijk
41,1
36,1
34,6
33,9
33,2
35,0

Gemiddeld*
45,8
40,6
38,5
38,0
32,7
35,1

*)Gewogen naar aantal gemeenten, niet naar inwonertal.


Fijn stof (PM10) kan hart- en ademhalings-problemen veroorzaken. Mensen, die lijden aan astma, andere luchtwegaandoeningen of hart- en vaatziekten zullen sneller klachten krijgen bij blootstelling aan PM10.

Stikstofdioxide (NO2) is in hoge concentratie een schadelijke stof, maar wordt met name gebruikt als indicator voor het mengsel van schadelijke componenten uitgestoten door wegverkeer. Daarnaast is NO2 ook een verantwoordelijk voor de vorming van ozon op leefniveau en speelt het een rol bij de vorming van fijn stof.


Onderstaande tabel laat zien dat de schoonste lucht in het Noorden van het land was en is te vinden. Volgens de prognose zal dit ook in 2020 nog zo zijn. Van de zeer sterk stedelijke gemeenten hebben Groningen en Haarlem de schoonste lucht. Van de niet stedelijke gemeenten is de lucht op de Waddeneilanden Ameland en Schiermonnikoog het schoonst:



Schoonste steden per stedelijkheidsgraad
gemiddelde blootstelling NO2 + PM10 ug / m3

Stedelijkheidsgraad
2014
2015
prognose
2020
zeer sterk stedelijk
Groningen
34,9
Groningen
30,4
Groningen
29,7

Haarlem
42,4
Haarlem
39,1
Haarlem
38,1

sterk stedelijk
Den Helder
29,2
Den Helder
27,4
Den Helder
27,5
Leeuwarden
31,9
Leeuwarden
27,7
Leeuwarden
27,6

matig stedelijk
Schagen
29,6
Heerenveen
26,5
Heerenveen
26,4

Heerenveen
29,8
Smallingerland
26,6
Smallingerland
26,6
weinig stedelijk
Harlingen
27,3
Leeuwarderadeel
23,6
Leeuwarderadeel
24,4
Franekeradeel
27,4
Franekeradeel
24,4
Franekeradeel
24,9

niet stedelijk
Vlieland
23,5
Ameland
21,0
Vlieland
22,4

Terschelling
24,1
Schiermonnikoog
21,1
Ameland
22,5

De top 10 gemeenten met de hoogste blootstelling bevinden zich bijna allemaal in de Randstad. Door de jaren heen veranderd dit niet veel.



Fijn stof 
In totaal wordt de fijn stof grens bij ruim 5 km weg (per rijrichting) overschreden. Deze overschrijdingen vinden plaats op locaties waar de achtergrondconcentratie hoog is ten gevolge van industrie of intensieve veeteelt. De berekeningen laten zien dat de gemiddelde fijnstofconcentratie waar de bevolking aan wordt blootgesteld, tussen 2010 en 2015 met ruim 6 μg/m3 (ongeveer 25 procent) is gedaald. Of deze daling de komende jaren doorzet is onzeker omdat in de verwachting de daling lijkt te stagneren (RIVM, 2016). De concentratie fijn stof neemt naar verwachting toe tot 2020. Dit is een gevolg van de stijgende grootschalige achtergrondconcentraties die weer het gevolg zijn van de verwachte economische groei.
De figuren hieronder geven inzicht in de concentraties PM10 waaraan de bevolking wordt blootgesteld per gemeente voor 2015 en de voorspelling voor 2020.

Bron: Monitoringsrapportage NSL 2016, RIVM 2016.
Fijn stof (particulate matter in het Engels) is een verzamelnaam voor verschillende schadelijke deeltjes in de lucht, zoals roet. Van al het fijn stof in de lucht is 45% door de mens veroorzaakt tegenover 55% fijn stof afkomstig van natuurlijke bronnen. De eerste categorie lijkt het meest schadelijk voor de gezondheid te zijn. Een groot deel van deze 45% is afkomstig van verkeer.

Qua grootte van de deeltjes kan het volgende onderscheid gemaakt worden:
  • Deeltjes kleiner dan 10 micrometer oftewel PM10 
  • Deeltjes kleiner dan 2,5 micrometer oftewel PM2.5 
  • Deeltjes kleiner dan 0,1 micrometer ook wel ultra fijn stof genoemd 
De grovere fractie uit het PM10 stof (tussen de 2,5 en de 10 µm) bestaat vooral uit deeltjes die het gevolg zijn van mechanische processen en opwaaiend bodemstof. De fijnere fractie,deeltjes met een diameter kleiner dan 2,5 µm (PM2.5), zijn vooral het gevolg van verbrandingsprocessen waaronder dieselroet (ook wel EC, elementair koolstof, genoemd). Deze kleine deeltjes kunnen bij inademing dieper in de luchtwegen en longen doordringen. Ook bevat deze fractie zogenaamde secundaire aerosolen; deeltjes die in de lucht zijn gevormd uit gasvormige componenten waaronder NO2 (Richtlijn milieukwaliteit en gezondheid, RIVM 2008).
Voor meer informatie over PM2.5 concentratie zie Compendium voor de Leefomgeving.


Bron: Bijeenkomst Schone voertuigen en milieukwaliteit, TNO, 2015


Ultrafijn stof 
Het Europese beleid zich richtte zich voor 2012 op het terugdringen van PM2.5 en PM10. De meeste deeltjes die auto’s uitstoten vallen in de categorie ultrafijn stof (deelcategorie van PM10 en PM2.5). Deze deeltjes kleiner dan 0.1 micrometer kunnen net als de grotere deeltjes tot diep in de longen doordringen, maar kunnen zelfs ook in de bloedbaan terecht komen. TNO heeft onderzoek gedaan naar de uitstoot van ultrafijn stof en kwam tot de conclusie dat de concentraties van ultrafijnstof bij snelwegen en drukke wegen in de stad 5-10 maal hoger zijn dan de achtergrondconcentraties. Dit onderzoek bevestigt de resultaten van andere internationale studies.
Inmiddels zijn ook deeltjesaantal-eisen ingevoerd in de regelgeving voor voertuigen, waardoor de emissie van ultrafijne deeltjes door nieuwe voertuigen effectief wordt verlaagd . Deze eisen gelden voor dieselpersonenauto’s vanaf 2012, voor benzinepersonenauto’s vanaf 2014 en voor vrachtwagenmotoren vanaf 2013. De combinatie van eisen ten aanzien van massa en aantal zorgt ervoor dat zowel fijnstof als ultrafijn stof onder controle wordt gehouden (TNO).
De Universiteit Utrecht onderzocht in 2008 metingen van de Fietsersbond . Hieruit blijkt dat fietsers veel fijnstof inademen, onder andere achter de bromfiets (zelfs meer dan achter een vrachtauto).

Verder lezen:
Ligt Nederland op schema?
Stikstofdioxide (NO2)
In 2015 is bijna 10 km weg (per rijrichting3) met een overschrijding van de NO2-norm berekend. Nagenoeg alle overschrijdingslocaties bevinden zich bij binnenstedelijke wegen. 
De NO2-overschrijdingen zijn net als in de monitoringsronde 2015 te vinden in de Randstad op locaties met veel verkeer, maar ook in een paar andere steden, zoals Eindhoven en Arnhem. Langs een aantal wegen in de buurt van Schiphol treden ook overschrijdingen op.


Ligging overschrijdingslocaties voor NO2 in 2015.
Bron: Monitoringsrapportage NSL 2016, RIVM 2016


De blootstelling aan NO2 neemt al jaren af. en blijven naar verwachting dalen tot 2020:

Bron: Monitoringsrapportage NSL 2016 RIVM 2016.

Stikstofoxiden (NOx) zijn een combinatie van stikstofdioxide (NO2) en stikstofmonoxide (NO). NOx ontstaan bij verbrandingsprocessen door oxidatie van stikstof uit de lucht. Een groot deel van de NOx komt in de vorm van NO vrij, dat in de atmosfeer deels wordt omgezet in NO2. Een deel van het NOx wordt rechtstreeks als NO2 uitgestoten. De luchtkwaliteitsnorm voor NO2 is op 40 μg/ m3 gesteld, maar ook onder deze norm treden negatieve gezondheidseffecten op. (RIVM/RIVM 2008).

De uitstoot door verkeer wordt meestal uitgedrukt in de hoeveelheid NOx en ook de Europese Richtlijn ‘Schone Voertuigen’ richt zich op NOx. De Europese Richtlijn Luchtkwaliteit richt zich echter op NO2. Daarom wordt de NO2 concentratie ook gemonitord. Door katalysatoren en schonere motoren is de concentratie NOx de laatste jaren afgenomen.

In 2015 komt pijnlijk aan het licht hoe de autoindustrie de normen ontduikt door de software bij testen om de tuin te leiden. Volkswagen is de eerste fabrikant die diep door het stof gaat.

Kosten
Jaarlijks sterven door kortdurende blootstelling aan fijn stof ongeveer 3.000 personen in Nederland vroegtijdig. Naar schatting sterven 12.000 tot 24.000 mensen 10 jaar eerder door langdurige bloodstelling (RIVM 2005, RIVM 2013 en CE Delft 2005). Het aantal slachtoffers van ziekte als gevolg van (kortdurende of langdurige) blootstelling aan luchtverontreiniging betreft een veelvoud van het aantal sterfgevallen. De WHO geeft aan dat er geen ondergrens is voor de concentratie waarbij fijn stof niet schadelijk is voor de gezondheid. Ondanks dat normen worden gehaald, blijft het dus van belang om fijn stof zoveel mogelijk te reduceren.
Uitgebreide studies hebben de schade van fijn stof op gezondheidsproblemen onderzocht en deze schade uitgedrukt in de kosten die het veroorzaakt. Kostenschattingen van PM2.5 emissies (fijnstof in uitlaatgassen) zijn weergegeven in onderstaande tabel. De kosten zijn onder andere gebaseerd op de kosten van ziekenhuisopnames, verloren levensjaren en bijvoorbeeld medicijngebruik. Er is hierbij onderscheid gemaakt naar de locatie van de uitstoot omdat het effect van fijn stof zeer lokaal is.


Locatie uitstoot
Euro per kilo uitstoot
Buiten de bebouwde kom
109
In de stad
181
In metropolen
559
Bron: NEEDS (2008) en HEATCO (2006a); correctie voor BBP-ontwikkelingen en inflatie door CE Delft

De PM2.5 emissies van fijn stof door verkeer bedragen ongeveer 15 miljoen kg voor 2010 volgens het PBL. De maatschappelijke kosten van PM2.5 uitstoot door verkeer komen daarmee uit op meer dan 1,5 miljard euro.

Ook naar de schadekosten die NOx- emissies veroorzaken is uitgebreid onderzoek gedaan.
De kosten die de uitstoot van NOx met zich meebrengt worden geschat op gemiddeld 11 euro per kilo NOx uitstoot. Kosten die hierin zijn opgenomen zijn kosten van gezondheidsproblemen bij mensen, maar ook van schade aan gebouwen en materialen door corrosie. Voor Nederland is het emissieplafond voor NOx vastgesteld op 260 miljoen kg. De maatschappelijke kosten komen daarmee ruim boven de 2 miljard euro.

Wetten en normen

Luchtkwaliteitsbeleid wordt op verschillende manieren vormgegeven. Aan de ene kant kan de luchtkwaliteit verbeterd worden door eisen te stellen die de uitstoot van luchtvervuilende stoffen beperken (zoals de euronormen voor auto’s). Aan de andere kant kan de luchtkwaliteit verbeterd worden door het hanteren van maximale toegestane concentraties van bepaalde stoffen in de lucht. Beide strategieën versterken elkaar.


De NEC-richtlijn

De nieuwe richtlijn inzake nationale emissieplafonds (NEC-richtlijn) trad 31 december 2016 in werking.  De NEC-richtlijn bepaalt voor elk land de jaarlijkse maximale emissieplafonds voor de vijf voornaamste verontreinigende stoffen: fijnstof (PM2,5), zwaveldioxide, stikstofoxiden, vluchtige organische stoffen met uitzondering van methaan, en ammoniak.
De emissiereductieverbintenissen voor 2020 zijn dezelfde als die welke de lidstaten reeds internationaal zijn overeengekomen bij de herziening van het Protocol van Göteborg in 2012. De verbintenissen voor 2030 vergen aanzienlijk verdergaande reducties. Deze zullen ertoe bijdragen de grensoverschrijdende verontreiniging en de achtergrondconcentraties in heel Europa met ca. 50% verminderen in 2030 ten opzichte van 2016.


December 2013 werd The Clean Air Policy Package aangenomen door de Europese Commissie.
Het is de bedoeling dat:
  • de bestaande wetgeving inzake luchtkwaliteit uiterlijk in 2020 volledig wordt nageleefd 
  • de uitstoot tegen 2030 nog aanzienlijk daalt, wat de weg effent voor het verwezenlijken van de langetermijndoelstelling van schone en veilige lucht overal 

Daarom wordt een herziene richtlijn voorgesteld om de uitstoot van de belangrijkste luchtvervuilende stoffen te beperken, met nieuwe plafonds voor 2020 en 2030.

Nieuwe doelstellingen van het luchtkwaliteitsbeleid voor 2030 ten opzichte van 2005:
  • Gezondheidseffecten (voortijdige sterfte door stofdeeltjes en ozon): -52% 
  • Gebied van ecosysteem waar eutrofiëringsgrenzen* worden overschreden: -35 % 

*) Eutrofiëring is de overmaat aan voedingsstoffen waardoor een sterke groei en vermeerdering van bepaalde soorten optreedt en de biodiversiteit sterk afneemt. Belangrijk zijn de fosfaten en stikstoffen uit kunstmest.


De voordelen van de reducties voor 2030 wegen ruimschoots op tegen de nalevingskosten:

'..wanneer de verminderde kosten van een slechte gezondheid mee in rekening worden gebracht, bedragen de nettovoordelen van het beleid volgens de meest conservatieve schatting ongeveer 40 miljard EUR per jaar'.

De huidige EU-normen voor luchtkwaliteit zijn minder streng dan de door de World Health Organization (WHO) aanbevolen normen die bedoeld zijn om de gezondheidseffecten van luchtverontreinigende stoffen te minimaliseren. Voor PM2.5 is de maximaal toegestane concentratie vanaf 2015 25 μg/m3, wat 2,5 keer hoger ligt dan wat de WHO voor deze verontreinigende stof aangeeft. Ter vergelijking: de Amerikaanse Environmental Protection Agency (EPA, het federale agentschap van de Verenigde Staten dat belast is met de bescherming van de volksgezondheid en de bescherming van het milieu) deed een voorstel om de jaarlijkse limiet van 15 μg/m3 te verlagen tot 12 μg/m3 voor PM2.5 (bron: Verslag conferentie - Vereniging van Nederlandse Gemeenten).



Europees beleid luchtkwaliteit

Om de negatieve gezondheidseffecten tegen te gaan zijn op Europees niveau normen opgesteld voor de concentratie van bepaalde emissies in de lucht. In een overzicht op de website van het Compendium van de Leefomgeving zijn de Europese normen weergegeven .

Het Europees beleid onderscheidt verschillende waarden. Naast bijvoorbeeld jaargemiddelden toegestane concentraties zijn er ook dagwaarden, die maar een aantal keer per jaar overschreden mogen worden. Naast grenswaarden die een absolute verplichting aangeven, zijn er ook streefwaarden die voor gemeenten een inspanningsverplichting betekenen. Indien Nederland niet aan de grenswaarden voldoet kan de Europese Commissie Nederland voor het Europese Hof van Justitie dagen. Deze kan Nederland een sanctie opleggen, die kan oplopen tot honderden miljoenen euro’s. Frankrijk is inmiddels voor het Hof gedaagd en Engeland heeft al een sanctie opgelegd gekregen van 300 miljoen pond.

Het vaststellen van normen gebeurt niet voor niets op Europees niveau: luchtkwaliteit stopt niet bij de grens en door eenduidige normen wordt voorkomen dat bedrijven zich in een ander land gaan vestigen. In onderstaand schema is te zien welke Nederlandse wetgeving invulling geeft aan de Europese wetgeving.



Derogatie
Binnen de Europese Richtlijn Luchtkwaliteit van 2008 krijgen de lidstaten de mogelijkheid om uitstel te vragen voor het halen van de normen (derogatie). Nederland heeft van deze optie gebruik gemaakt waardoor Nederland nu pas op 11 juni 2011 hoefde te voldoen aan de norm voor PM10. Voor NO2 is dit 1 januari 2015. Derogatie kan alleen verkregen worden wanneer een lidstaat aannemelijk weet te maken dat de normen na uitstel niet meer overschreden worden. In onderstaande tabel zijn de jaargemiddelde grenswaarden voor fijn stof en stikstofdioxide gegeven in combinatie met de data voor het behalen van deze waarden. De Richtlijn kent ook grens- en streefwaarden voor PM2,5. De grenswaarde van 25 µg/m3 voor deze kleinere fijnstofdeeltjes gaat echter pas gelden vanaf 2015. Tot 2015 gelden de volgende streefwaardes:


Norm 
maximum
Oorspronkelijke datum
Derogatie
PM10
jaargemiddelde
40 μg/m3

daggemiddelde*
50 μg/m3

1 juni 2005
11 juni 2011
NO2
jaargemiddelde
40 μg/m3

uurwaarde **
 200 µg/m3
1 juni 2010
1 januari 2015
     
PM2,5
jaargemiddelde
25 μg/m3
20 μg/m3

1 januari 2015
1 januari 2020


                              *) hooguit 35 dagen per jaar mag dit daggemiddelde worden overschreden
                           **) hooguit 18 keer per kalenderjaar mag deze waarde per uur worden overschreden; in Nederland wordt deze norm nooit overschreden.

Het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL)
Het NSL is van kracht sinds 1 augustus 2009 en liep tot 1 januari 2017. Het NSL is verlengd tot de Omgevingswet ingaat.

Om het halen van de normen aannemelijk te maken is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) opgesteld. In dit programma werken het Rijk, provincies en gemeenten samen om de overschrijdingen van de Europese luchtkwaliteitsnormen tegen te gaan. Op 1 augustus 2009 trad het NSL in werking. De looptijd van het programma is in eerste instantie vijf jaar. Het NSL bevat naast de maatregelen die sinds 1 januari 2005 genomen worden ook alle ruimtelijke plannen, zoals de aanleg van nieuwe wegen, voor de komende vijf jaar, waardoor de luchtkwaliteit juist verslechtert. Hiermee wordt ruimtelijke ordening gekoppeld aan luchtkwaliteit. Dit kan er voor zorgen dat bepaalde bouwprojecten niet langer door kunnen gaan, omdat de maatregelen op het gebied van luchtkwaliteit te weinig effect blijken te hebben.





















Regionaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (RSL)
Voor de regio’s waar sprake is van overschrijding van de normen, zogenaamde NSL-gemeentes, zijn Regionale Samenwerkingsprogramma’s Luchtkwaliteit opgesteld. In deze RSL’s staat de regionale aanpak beschreven om de knelpunten in de regio op te lossen.


Lees meer:
-Europa Decentraal

Roetindicator 
Een initiatief om meer rekening te houden met gezondheid in het luchtkwaliteitsbeleid is de ontwikkeling van de roetindicator. Roet - gebaseerd op de concentratie van elementair koolstof (EC) - wordt namelijk gezien als de meest schadelijke fractie uit het mengsel van verkeersemissies en als de meest gevoelige indicator voor gezondheidseffecten van luchtverontreiniging door verkeer. De roetindicator kan wellicht een rol gaan vervullen als ondersteuning van het lokale luchtkwaliteitsbeleid. Aangezien er in fijn stof ook andere deeltjes zitten dan roet die schadelijk zijn voor de gezondheid, kan de normstelling voor fijn stof niet worden vervangen door normen voor roet.

In de Atlas van de Leefomgeving is in een landsdekkende roetkaart van Nederland opgenomen:

Bron: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) voor de situatie in 2013. De gegevens voor de kaarten zijn afkomstig van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL)
Op deze kaart staan de roetconcentraties weergegeven (als µg Elementair koolstof/m3) in een resolutie van 25 meter. Hierdoor zijn de effecten van wegverkeer en industrie/landbouw goed te zien.

Lees meer over:
Terugblik inclusief opnamen van de bijeenkomst 'Schone voertuigen en milieukwaliteit' waarin roet centraal stond.
Brief Minister over Roetindicator

Lees verder in dit dashboard: Ligt Nederland op schema?